Orgelmetaal

Voor de vervaardiging van het orgelmetaal is in 1981 kozen voor het pletten van het metaal door middel van een pletmolen.
Door deze metaalbereiding wordt broosheid en gemakkelijke scheurvorming voorkomen.

Historische informatie over deze bewerkingmethode:

  1. Salomon de Caus, Franckfort 1615. Livre 3, Traitant de fabrique des orgues, blz 1-2. (vertaling van stelling 1 en van stelling 2)
  2. Marin Mersenne, Paris 1636-1637. L’harmonieUniverselle, blz. 321.
  3. Gottfried Silbermann, Leipzig 1980. Ulrich Dähnert, Historische orgeln in Sachsen, blz. 183. (i.v.m. het compact maken van orgelmetaal).
  4. Jan van Heurn, Dordrecht 1804/1805. De Orgelmaker deel 3, blz. 39-40, § 4.
  5. De belangrijkste orgelmaker van zijn tijd J.S. Strumphler, 1736-1807, beschikte over een pletmolen. Zie A.J. Gierveld:
  6. Arend Jan Gierveld, Vleuten 1977. Het Nederlandse Huisorgel in de 17e en 18e eeuw, blz. 288 en blz. 428 zie punt 9.
  7. Orgelbestek Joachim Hess, Gouda 1774. Dispositien der merkwaardigste Kerk-Orgelen, blz. 176 (heruitgave Frits Knuf 1980 Buren).
Cieraetpype
Foto van een pletmolen Foto van Cieraetpype